familie-zwart-wit

Familie

Het is een aloud cliché, maar dat maakt het niet minder waar. Mijn familie is alles voor me. In de eerste plaats uiteraard mijn eigen gezin. Daarnaast is er natuurlijk ook nog het gezin waar ik zelf in opgroeide. Mijn ouders hebben steeds voor een warm nest gezorgd, en daar zal ik hen altijd dankbaar voor zijn. Mijn drie broers zijn totaal het tegenovergestelde van mezelf. Ik huiver van het idee te lang van huis te zijn, mijn oudste broer daarentegen zou bij voorkeur het hele jaar door reizen en liefst nog naar de verste hoeken van de wereld. Mijn twee jongste broers, een tweeling nota bene, zijn mekaar ook zeker waard. Ze kunnen niet met, maar ook niet zonder mekaar. Ze zijn ondertussen in hun twintigerjaren beland, maar blijven even gek als voorheen: de verhalen over hun nachtelijke escapades hebben me meer dan eens verbaasd. Je kan ze een beetje vergelijken met Janssen en Janssen, zonder de bolhoed, maar met dubbel zoveel fratsen.

Ondanks al die tegenstellingen, zien we mekaar enorm graag, en dat is wat telt!

Mijn grootouders hebben altijd bij ons ingewoond, wat maakt dat mijn band met hen enorm sterk was. Enkele jaren geleden is mijn grootvader, ons ‘vokke’, jammer genoeg aan kanker overleden. Een beter man dan hem heb ik nooit gekend, en zal ik wellicht ook nooit meer tegenkomen. Eindeloos respect en grenzeloze liefde leidden tot immens verdriet bij zijn overlijden. Gelukkig hebben we oma, ‘moeke’ nog, die sedert eind 2015 permanent bij ons inwoont.  Want zeg nu zelf: als je kan kiezen tussen oud worden tussen je klein-en achterkleinkinderen of in een rusthuis, dan is de keuze toch snel gemaakt?